Alle honden en katten hebben van tijd tot tijd last van wormen. Dit kunnen Spoel-, Haak- of Lintwormen zijn.
Spoelwormen
De spoelworm komt het meest voor. Het is de grootste ronde worm die in het maagdarmkanaal van honden en katten voorkomt. Een mannelijke worm meet 5 tot 10 cm terwijl de vrouwtjes nog veel langer kunnen worden. Eén spoelworm kan tot 200.000 eitjes per dag leggen. Met spoelworm besmette dieren ondervinden veel hinder, vooral wanneer zij nog jong zijn: ze zijn mager, hebben een doffe vacht, een dik opgezwollen buik, een onregelmatige eetlust en vaak diarree. Ook komt verstopping voor wanneer de darm door een prop wormen verstopt is.
Haakwormen
Naast de spoelwormen komen haakwormen regelmatig voor. De haakworm is veel kleiner dan de spoelworm maar produceert toch nog zo’16.000 eitjes per dag. De besmetting vindt plaats al voor de geboorte in de baarmoeder, via de moedermelk, door het likken van besmette eitjes die in de vacht zitten of door het eten van besmette grond of voorwerpen. Haakwormen veroorzaken de gevreesde kennelanemie of bloedarmoede. Elke haakworm zuigt per dag minstens 0.12 milliliter bloed per dag. Een langdurige besmetting wordt gekenmerkt door minder eetlust, sterke vermagering, een slechte groei en een doffe vacht. Het mondslijmvlies is bleek vanwege de bloedarmoede. Ingeval van een besmetting door de huid veroorzaken de larven ook jeukende huidwondjes die lijken op vochtige eczeem of etterige zweertjes.
Lintwormen
De lintworm heeft een duidelijk gevormde kop met haken en zuignappen waarmee hij zich aan de darmwand kan vasthechten. Kenmerkend voor de lintworm is dat ze voor hun ontwikkeling buiten het dier een tussengastheer nodig hebben. Voor de Taenia-lintworm kunnen dat verschillende zoogdieren zijn. Omdat één van de tussengastheren de muis is, is deze worm vooral van belang bij katten. Een ander belangrijke lintworm, de Dipilidium Caninum, heeft voor zijn verspreiding een andere tussengastheer nodig; vlooien. Vlooienlarven eten de lintwormeitjes op. Wanneer de vlooienlarve zich tot vlo ontwikkelt, ontwikkelt zich tevens het wormeitje in de vlo tot een besmettelijke “lintwormpje”. Als de hond of kat dan achteraf in zijn vacht bijt en de vervelende vlooien platdrukt, krijgt hij op die manier de larven binnen. Lintwormbesmetting is te herkennen aan bewegende eipakketjes ‘maden’ rond de anus of in gedroogde vorm, als zogenaamde rijstkorrels, rond de anus of in de ontlasting. Besmettingsverschijnselen zijn: sleetje rijden (het dier schuift voortdurend met z’n achterwerk over de vloer), maden in de ontlasting, lichte diarree en een slechte conditie.


