Bij katten komen meerdere vormen van onzindelijkheid voor. De kat poept en plast niet meer op de bak of sproeit zelfs tegen bepaalde objecten aan. Bij onzindelijkheid is het raadzaam als eerste een dierenarts te raadplegen om medische problemen zoals een blaasontsteking of blaasgruis uit te sluiten. Bedenk hierbij dat pijn bij het plassen zorgt voor een negatieve associatie met het gebruik van de kattenbak. Daardoor gaat de kat andere plaatsen zoeken om te plassen waar het geen pijn doet.
Wanneer er geen medische reden voor het plotselinge onzindelijke gedrag kan worden gevonden, is het belangrijk de volgende zaken na te gaan en te verbeteren:
• Staat de bak op een rustige plaats?
• Is de bak schoon genoeg voor de kat?
• Wordt de bak door meerdere katten gebruikt?
• Wordt er andere vulling gebruikt als normaal?
• Heeft de bak een kap of een luikje?
Zorg tijdelijk voor meerdere kattenbakken op de plaatsen waar zich de ongelukjes voordoen. Ook kan sproeien of onzindelijkheid veroorzaakt worden door dominantie in een huishouden waar meerdere katten leven of door stress veroorzaakt door veranderingen.
Niet te vergeten is natuurlijk het sproeigedrag bij niet gecastreerde katers. Deze onzindelijkheid is vaak een reactie op de hormonale schommelingen. Bij sommige katers helpt het als deze alsnog gecastreerd worden. Wel moet daarbij vermeld worden dat naarmate een kater langer sproeit, het steeds moeilijker wordt om hem het sproeien weer af te leren. Maak de sproeiplaatsen niet schoon met chloor of ammoniak. Dit is erg hygiënisch maar katten vinden deze lucht heerlijk ruiken wat uitdaagt om daar vaker te plassen. Azijn of groene zeep helpt vaak de vlek en geur weg te halen en maakt de plaats voor de kat niet bijzonder aantrekkelijk.
Bij uw dierenspeciaalzaak zijn verschillende producten verkrijgbaar die het sproeien van uw kater tegengaan.
